Immers, dit vormend vacuüm en het Nirwana zullen veel gelijkenis vertonen. Al wil dit niet zeggen dat ook christelijke mystici niet wisten wat 'leeg zijn' betekende.

In één van zijn toespraken zegt Meister Eckhart het volgende:
"De meesters leren, God is een wezen, een intelligent wezen en herkent alle dingen. Ik zeg echter: God is géén wezen, hij is niet intelligent, noch herkent hij dit of dat. Daarom is God leeg van alle dingen. Daarom is het nodig dat de mens er naar streeft van het werken Gods niets te weten noch te herkennen."

Deze toespraak heeft tot titel: Warum wir sogar Gottes ledig werden sollen. En hij zegt daarin verder "Darum bitte ich Gott, dasz er mich Gottes quitt mache."

En als de existentiefilosofen Eckhart, Pascal en Kierkegaard tot hun grote voorbeelden proclameerden, was het alleen maar omdat die door hun wil tot absolute integratie de leegte vol vormen ontdekten.
Of wij die leegte nu God, het Zijn, het Niets, het Al, het Nirwana of gewoon leeg noemen, doet er niet toe.

Wie schept, schept uit de leegte. Hij staat met de rug naar het "niets" en wat hij schept zijn er de schaduwen van, de interrelaties, die de totaliteit totaal maken. hij schept een beeldgeworden éénheid.

Maar de maker rukt de gordijnen weg. De maker, de denker, de beeldenmaker, zij doden de oude voorstellingen om hen door nieuwe te vervangen. Zen en kunst. Zen en wetenschap is hetzelfde.

Op de 'lege' ogenblikken, schrijft de wiskundige Poincaré, als ik liep langs het strand, langs de kusten van Bretagne en eigenlijk slaapwandelde, kwamen de vondsten. Uit het niets rijzen de beelden der realiteit op, komt er een scheur in de sluier en 'zien' wij. Wij zien niet wat we gedacht hebben. Wij begonnen te zien dáár, waar de gedachte ophield.

Bert Schierbeek. De tuinen van Zen. De Bezige Bij, 1964

< terug