<

De plek en de herinnering
 

 

Elk van de plekken die Eliot als titel aan zijn kwartetten meegeeft, kent hij persoonlijk en heeft hij bezocht. Op grond daarvan heeft hij herinneringen aan hoe het er was en geeft hij in het gedicht van elke plek een feitelijke beschrijving of sfeerbeeld. In Burnt Norton wordt in deel I de tuin van het landgoed beschreven. In East Coker wordt in deel I een sfeerbeeld neergezet. In The Dry Salvages doet hij hetzelfde in de delen I, II en IV. In Little Gidding wordt in deel I een beschrijving van de plek gegeven.

De genoemde beschrijvingen worden in sommige situaties uitgebreid c.q. bewerkt met beschrijvingen hoe de plek eruit zag in vroegere tijden. Beschrijvingen die Eliot op grond van studie en verhalen zal hebben opgemaakt.

Gaat het vorenstaande over herinneringen die iets zeggen over hoe het was, daarnaast bestaan natuurlijk herinneringen aan wat er op de plek gebeurde. Gebeurtenissen die Eliot zich herinnert omdat hij erbij was, maar ook herinneringen aan gebeurtenissen waar hij niet zelf bij was. Bijvoorbeeld in Little Gidding waarin hij verhaalt van het geheime bezoek van de gevluchte katholieke koning Charles.

Daarnaast roepen de plekken nog andere herinneringen op dan feiten of gebeurtenissen die direct met de plek verbonden zijn. Een voorbeeld hiervan is een passage uit Burnt Norton en de verdere uitwerking daarvan aan de hand van een ervaring in de rozentuin:

“What might have been is an abstraction

Remaining a perpetual possibility

Only in a world of speculation

What might have been and what has been

Point to one end, which is always present”     (BN-I, regel 6-10)


Wat dit precies betekent, wordt onderzocht aan de hand van een ervaring in de rozentuin:

“Footfalls echo in the memory

Down the passage which we did not take

Towards…”   (BN-I, regel 11e.v).
 

In deze zin beoefent Eliot een vorm van geheugenkunst die aansluit bij beschrijvingen door Augustinus. Beschrijvingen die ook herkenbaar zijn in het boek ‘de geheugenkunst’ van Francis Yates. In de zogeheten Confessiones X van Augustinus, wordt het geheugen in ruimtelijke termen beschreven. Sprekend over de dingen die men zich herinnert, zegt Augustinus dat ze “alle in de ruime paleizen van het geheugen zijn opgeborgen.” En “…,maar de beelden van de waargenomen dingen staan daar ter beschikking van de gedachte van hem die ze zich herinnert”. Verder schrijft hij dan dat hij al deze dingen naar believen kan oproepen “nu eens deze, dan weer die, in verband met het verleden, en op grond daarvan peins ik zelfs over toekomstige handelingen en gebeurtenissen en verwachtingen, en dat alles als tegenwoordig”. In feite wordt het geheugen hier gebruikt om op grond van herinneringen, nieuwe herinneringen en ervaringen op te roepen. Herinneringen die men niet heeft, maar wel had kunnen hebben.

Ook in Four Quartets worden verleden, heden en toekomst niet meer als elkaar opeenvolgende eenheden beschouwd, maar als kamers van dat ene grote reservoir dat wij tijd noemen:

“Time present and time past

Are both present in time future,

And time future contained in time past.

If all time is eternally present

All time is unredeemable.”   (BN-I regel 1-5)


In de beschrijving van de rozentuin, of liever het visioen daarvan, gebruikt Eliot de term ‘first world’:

“……through the first gate,

Into our first world, shall we follow

The deception of the thrush? Into our first world.

There they were, …”     (BN-I regel 20-23)


“The first world” kan zowel slaan op de wereld van de kinderjaren als op de wereld van de mensheid vóór de val, het (verloren) paradijs. Hiermee volgt Eliot de romantische traditie waarin de individuele geschiedenis en de wereldgeschiedenis verstrengeld worden. “The first world” kan ook refereren aan het kunstwerk, dat voor romantici de plaats bij uitstek is waar het verloren paradijs wordt teruggevonden. Deze veronderstelling is waarschijnlijk, omdat Eliot, in navolging van de romantische traditie, verderop in de tekst de zang van een vogel als motief gebruikt om de lezer te lokken:

“And the bird called, in response to

The unheard music hidden in the shrubbery”      (BN-I regel 26, 27)


De beschrijving van de (zogenaamde) ervaring uit de tuin, lijkt op een ervaring uit zijn jeugd in Missouri. Aan het huis waarin hij toen woonde, grensde een meisjesschool. Deze school werd door een muur van het huis gescheiden. En hij kon de school misschien niet zien, maar wel de geluiden die daar vandaan kwamen, horen. Het geluid van de kinderen in de tuin van Burnt Norton, die hij wel kon horen maar niet zien, doet hieraan denken. En als de school dan weer leeg en verlaten was, dwaalde Eliot over het plein en door de gangen. Zoals hij in gedachten door de tuin dwaalt, als de kinderen verdwenen zijn en de vogel hem roept, “into our first world”.

En als Eliot “al deze dingen naar zijn believen oproept” en (net als Augustinus) “op grond daarvan over toekomstige handelingen en gebeurtenissen peinst en dat alles weer als tegenwoordig”, is het aardig om te weten dat Burnt Norton in 1940, zes jaar na Eliot’s bezoek in 1934, als meisjesschool in gebruik werd genomen.
 

>

Lees ook:

- Yates, Frances: de geheugenkunst, 1988