Het begint allemaal in 1860.
Burgemeester Anspach beslist de Zenne onder de grond te laten verdwijnen en er een riool van te maken.

Begin 20e eeuw komt er een spoorwegverbinding tussen het Noord- en Zuidstation. De stad wordt in tweeën gescheurd. Bijna 50 jaar lang blijft de stad een bouwterrein.

Voormalig premier Paul van den Boeynant begon zijn carrière als commissaris van de wereldexpo in 1958. Hij was een goede vriend van projectontwikkelaar Charlie de Pauw, één van de grondleggers van het Manhattan project, dat overigens nooit helemaal werd uitgevoerd


James Welles: Shadows in the night

1958:
het jaar van de wereldtentoonstelling.  Opnieuw wordt de stad de prooi van graafmachines en bulldozers. Er worden tunnels gegraven, de kleine ring wordt aangelegd en parkeergarages worden opgetrokken. Brussel wordt een stad voor auto’s en kantoorgebouwen. En weer worden heel wat volkswijken met de grond gelijk gemaakt.Er heerst een fascinatie voor New York. In 1974 moet de hele noordwijk plaats maken voor een droom.


Opnieuw wordt Brussel ontsierd, nu door ’t reusachtige gebouw van ’t Europese parlement. Welke krachten zijn er toch aan ’t werk waardoor de stad nu al 150 jaar zichzelf vernietigd?

Het eerste voorval dat vragen oproept is het stopzetten in 1981 van de werken aan de metro onder ’t Louizaplein in het hart van de stad.

De werken vonden plaats op de tweede ondergrondse verdieping.
Zit er misschien een verborgen logica onder al die absurde bouwterreinen? En wat zijn dat voor verhalen over Brüsel?