Marianne Brouwer. (Het afwezige centrum, vraaggesprek met Cornel Bierens).

In je teksten is naast het woord afwezigheid het woord atopos een belangrijk begrip. Het betekent letterlijk: niet-plek.
'Dat moet je niet verstaan in metafysische zin, het is sculpturaal eerder. Waar twee kleurvlakken elkaar raken krijg je een haarlijn die eigenlijk niks is. Ik denk aan Bruce Nauman's positief-negatieve ruimte, aan de ontmoeting van licht en donker bij Rothko. De plek van het zwarte vierkant van Malevich, dat is voor mij een atopos. De ene ruimte kan niet zonder de andere maar waar ontmoeten ze elkaar? Carl Andre heeft gezegd: a thing is a hole in a thing that is not. De combinatie van die twee, dat is waar kunst zich altijd over verwondert.

Je hebt een doctoraalscriptie over Japanse architectuur geschreven. 'Ik houd me pas sinds 1976 als professional met kunst bezig. Daarvoor deed ik architectuur en literatuur, disciplines waarin het denken de kunsttheorie ver vooruit was. Het hele post-modernisme is een architectonische affaire geweest. De architectuur denkt in structuren, altijd vergelijkend, ze verbindt betekenissen van ruimtes.

En over ruimtes wil ik altijd wel nadenken, of het nou gaat over geestelijke ruimte of letterlijke ruimte, interfaceruimte of virtual space.Wat betekent ruimte in een kunstwerk, hoe wordt ze gebruikt, waarom is ze leeg, waarom op bepaalde plekken leeg, waarom op bepaalde andere plekken gevuld, waarom duikt er plotseling een sculptuur op waarvan het midden leeg is. Vanwaar die verschuiving en wat betekent die dan voor de representatie aan de rand.'

Is de uitvinding van het woord deconstructie noodzakelijk geweest om die verschuivingen waar te nemen? Moet je wachten op Derrida om op een achttiende-eeuws schilderij een afwezig centrum te kunnen zien?
'Misschien wel, om het te kunnen zeggen. Of het woord deconstructie niet voor verbetering vatbaar is, dat is iets anders. Althusser en Barthes hebben ook al zoiets aangegeven. Een prachtige uitspraak van Althusser over ideologie is bijvoorbeeld dat je zelf niet eens weet dat je er een hebt. De blinde vlek dus. Derrida heeft het in zijn eerste boek over het trait d'union, het verbindingsteken, daar waar alles zich afspeelt.

> vervolg