Constant, beeldend kunstenaar en deelnemer aan diverse COBRA exposities (1948-1951), en korte tijd verbonden met de Internationale Situationisten, was sinds 1954 bezig met het ontwikkelen van ideeën voor een utopische stad, New Babylon, bewoond door de homo ludens die, vrij van arbeid, geen kunst hoeft te maken omdat hij creatief is in de bezigheden van zijn dagelijks leven.

Constant heeft zijn New Babylon op diverse steden geprojecteerd, rekening houdend met de plattegrond en de geschiedenis van de betreffende stad, zo ook op Amsterdam.

De samenloop van de maatschappelijke omstandigheden omstreeks 1965 bracht Constant en de provobeweging bij elkaar. Hij zag in de provo’s met hun speelse acties de nieuwe, spelende mens van Nieuw Babylon en noemde de provo’s "de nieuwe Babyloniërs”. Hij vond het Spui met het Lieverdje een goed voorbeeld van een ruimte waar gespeeld werd, evenals de rooktempel van Robert Jasper Grootveld (RJG) in de Korte Leidsedwarsstraat nr. 31 een voorbeeld was van een anti-functionele ruimte.





Op deze wijze presenteerde hij zijn Nieuw Babylon als een interessant decor voor de roerige gebeurtenissen in Amsterdam in de SIXTIES.
Er zijn teksten van Constant hierover gepubliceerd in de nummers 4 (sept'65) en 9 (mei'66) van het destijds onregelmatig verschijnende tijdschrift PROVO.




Augustus 1955 werd het begrip 'nozem' geïntroduceerd door de filmer Jan Vrijman en de fotograaf Ed van der Elsken in het weekblad Vrij Nederland: een artikel over de nozems van de Nieuwendijk in Amsterdam. In 1956 kreeg dat woord 'burgerrecht' nav de ordeverstoringen tijdens en na het optreden van het orkest van de vibrafonist Lionel Hampton in de Apollohal en kort daarop tijdens de film 'Rock around the Clock' bij het Leidseplein.

Professor Buikhuizen, criminoloog, gepromoveerd in 1965 op het gedrag van nozems, introduceerde het woord provo (Achtergronden van nozemgedrag, gepubliceerd in 1965) . Hij probeerde ordening aan te brengen in allerlei vormen van ongericht gewelddadig optreden. De jongeren die niet echt crimineel te noemen waren, maar wel de orde verstoorden, noemde hij provo's, naar hun meest typische kenmerk: het provoceren. De pers besteedde veel aandacht aan de publicatie en het woord provo was als geuzennaam geboren. Opmerkelijk: 25 mei verscheen het eerste pamflet met die naam.

(illustratie: uit Provo 4)