Inleiding


De topografische ligging van veel plaatsen in Europa, waar megalieten, Keltische heiligdommen, kloosters, kerken en kastelen zijn opgericht, is niet toevallig. Uitgezet op de kaart blijkt er sprake te zijn van een zekere systematiek, ze liggen op rechte lijnen, rasters, en vormen zelfs bepaalde patronen.

Deze plaatsen, die van oudsher een rol speelden (religieus, politiek), liggen vaak op plekken waar aard- en kosmische energieën, zoals aardmagnetisme, elektromagnetisme en straling van verschillende golflengten en intensiteit de condities voor het ontstaan en van de specifieke eigenschappen hebben bepaald.
Door de tijd heen zijn ze belangrijk gebleven, en het toneel van opeenvolgend gebruik (prehistorisch, keltisch, romeins, preromaans, romaans, etc.)

Een mogelijke verklaring daarvoor is het gegeven dat de aarde beweegt in een universum, waarin ze vanaf het ontstaan is gebombardeerd met kosmische straling, en is opgeladen met energieën.

Ook de aarde zelf heeft een dynamische kern, die vele soorten straling veroorzaakt, op diverse plaatsen waarneembaar met verschillende intensiteiten en uitwerking op de mens.

Daarbij is onze aarde een deel van een kosmisch universum, waarin zon, maan, sterren en de dierenriem (zodiak) op heel verschillende manieren op elkaar inwerken.

Er zijn in de diverse Europese landen hier en daar accentverschillen. Veel aandacht is er bijv. in Frankrijk en België voor onderzoek naar de typische plaats- en streekgebonden mythen en sagen, vaak nog voortlevend in folklore, door het betrekken in het onderzoek van toponiemen (plaatsnaamkunde) en etymologie (woordafleidingen). Geografische structuren worden er soms bij aangepast, terwijl bijv. in Engeland, Duitsland en Zwitserland een grotere aandacht is voor systematiek en structuur, meestal op basis van grondig, wetenschappelijk getint veldwerk.
De franse "Geometrie Sacrée", de “Heilige Linien” in Duitsland en de "Leylines" in Engeland zijn daar voorbeelden van.

Een onderscheid is te maken tussen de voor- en naoorlogse periode. Voor de tweede wereldoorlog speelden symboliek, regionale en nationale mythologieën gekoppeld aan de geomorfologische (vormen van het aardoppervlak) verschijnselen een grotere rol, daarna komt er meer aandacht voor alle mogelijke betekenissen en interpretaties, en metafysische, zelfs paranormale verklaringen. Al deze fenomenen hebben kennelijk een rol gespeeld in de wordingsgeschiedenis van Europa.

Auteurs die plaatsen op lijnen of in systemen lokaliseren zijn voor ons interessant als hun toeschrijvingen onderbouwd zijn door gedegen geografisch en cartografisch onderzoek zoals opmeten, berekenen, het bepalen van afstanden en hoeken, en voldoen aan criteria over de eisen die je moet stellen aan de exactheid van gehanteerde definities van plek, plaats, omgeving, lijn, lijnstructuur, patroon, etc., en die daarnaast zorgvuldig omgaan met de mogelijke achtergronden en interpretaties.

In deze pagina's laten we hier onze keuze zien uit de gepubliceerde bevindingen van een groot aantal europese onderzoekers, die we per land hebben ingedeeld.
Wij onderschrijven de zorgvuldige en kritische benadering van deze materie, zoals die blijkt uit de hier opgenomen teksten van Jörg Purner (klik), Charles Walker (klik) en Ulrich Magin (klik).
Klaus Piontzik (klik) heeft voorwaarden en kriteria geformuleerd voor het vaststellen en beschrijven van de geometrie van het landschap, in onze optiek een waardevolle aanvulling.  

Nico Hemelaar/Jan Zeven.

*) De chinese Feng Shui baseert zich ook op een dergelijk uitgangspunt, centraal daarin staat de analogie van de krachtlijnen van de aarde met de meridianen en energiebanen van het menselijk lichaam en het positief aanwenden daarvan. Er is veel New-Age literatuur hierover te vinden op het web waarin vaak sprake is van eenzijdige, oppervlakkige en hoogst speculatieve informatie. Voor ons niet relevant, wij laten die dan ook verder voor wat het is.

< top