Rotterdam, Salon Doele.


31 januari
6 februari



De Salon Doele was een zaal gelegen op de eerste verdieping aan de zijde van de Coolsingel.
Onder deze zaal was gevestigd de Sociëteit Harmonie waar de noblesse van de Rotterdamse heren placht te kaarten en te domineren.

Deze sociëteit moet de eer gegeven worden dat zij de fraaie Doele-concertzaal in 1844 heeft gesticht die bijna een eeuw lang het middelpunt was van het muziekleven.
De Salon
, een wat armzalige zaal, werd gebruikt als foyer voor de concertzaal waar men een kopje koffie kon drinken tijdens de pauze van de concerten.


De Salon Doele leende zich voor bruiloften en partijen, maar zeker ook voor lezingen, onder andere van de Rotterdamse afdeling van het Nut. Ook maakte men hier kennis met een nieuw medium; de bioscoop. In 1931 werd begonnen met de sloop van de Grote Doelezaal en moest de Salon plaats maken voor de nieuwbouw van deze zaal.



   
Uit: Rotterdamsch Nieuwsblad,
de rechterafb. bevat een verkeerde datum.

Schwitters en Van Doesburg hadden natuurlijk ook geld nodig. Hun optreden in de Doele-salon was financieel een succes. Zij besloten een tweede DADA-gebeurtenis aan te kondigen wegens buitengewone belangstelling op dinsdag 6 februari te 8.00 uur.

Intussen vond de hoofdkommissaris van politie, Sirks, het nodig een waarschuwing in de kranten te plaatsen:


"Dinsdag a.s. zal wederom een DADA-avond gegeven worden. De vertooning is niet van dien aard, dat men er toehoorders in stille aandacht mag verwachten en ongetwijfeld zal luidruchtigheid den avond kenmerken. Neemt deze evenwel weder het karakter aan van ordeverstoring om den executanten het optreden onmogelijk te maken, dan zal de politie zich genoodzaakt zien de voorstelling te doen eindigen.
Ik meende goed te doen u beleefd te verzoeken dit te publiceeren. Sirks."

De rotterdamse dichter Koos Speenhoff:

"Oome Hein en tante Kaatje
Gingen ook 's naar dada,
Beiden waren ze nieuwsgierig
Naar die hoepsa-troelala.
Oome zei: 'het zijn wat snuiten
Waar je dierentaal van hoort'
Tante zei: 'die hazewieters
Komen zeker uit Maasoord'
Oome moest zijn stok afgeven,
Tante Ka haar paraplu,
Want ze gingen wel 's knokken
bij dat dadadidodu.
Oome dokte voor zijn plaatsen
Zoo maar eventjes vier pop,
'Schande!' riep hij, 'wat 'n afzet!' '
Wat 'n adadida-strop!' (enz.)."

Het Rotterdamsch Nieuwsblad schreef:

"Ja, wat van dezen tweeden DADA-avond te zeggen? Laat ons beginnen met het publiek: het gedroeg zich treurig, 90% was gekomen om te jouwen en tejeilen. Goed: het heeft gejouwd, gejeild, gepiept, gegild en zich uitgeput in zoutelooze, grievende onbeschoftheden. En de 10% die overschoten? Daarvan zat de helft verbluft te kijken èn naar het toneel èn naar de zaal. Slechts een kleine kern besefte, dat men ook door zijn fatsoen te houden zich een oordeel kon vormen. En het meerendeel daarvan erkende, dat het van kunst geen verstand heeft, laat staan dus van wankunst."

 

In het huidige gebouw, Coolsingel, links van het stadhuis aan de kant van het politiebureau, hangt op de eerste verdieping een grote lichtbak voor het raam over Kunst en Cultuur. Op ongeveer dezelfde plek, ook op de eerste verdieping van het toenmalige gebouw hebben Kurt Schwitters cum suis in 1923 opgetreden. 






bronnen:
-Bibliotheek Museum Boijmans Van 
 Beuningen, Rotterdam (mevr.H.Frank)
-Bibliotheek Gemeente Rotterdam
-Gemeentearchief Rotterdam
-Koninklijke Bibliotheek Den Haag
-literatuur:
 zie bij 'Geraadpleegde literatuur'
-internet


< terug naar de Inleiding