<
Entdeckung der Corridore
Nico Hemelaar/Jan Zeven



Onderstaande tekst is de aanleiding geweest om in 2000 Paasdorf/Mistelbach te bezoeken. Hier bevindt zich een groot, uitgebreid gebied, in ontwikkeling, met meerdere kunstprojecten in het landschap. Een van die kunstwerken op locatie is daar in 1995 gerealiseerd door Prinzgau/Podgorschek.
Wij hebben daar ter plekke foto's van gemaakt en later achtergrondinformatie verzameld, m.n. over de geschiedenis van het ontstaan van de Duitse Autobahn, waardoor wij dit kunstproject op een inzichtelijke wijze in de -voor publicatie- noodzakelijke context konden plaatsen. Deze kunstgeografisch belangwekkende, bijzondere plek en zijn betekenissen zijn een mooi voorbeeld van "memory making", dat we graag in onze website willen opnemen.

foto's: Jan Zeven, 2000

Arjen Mulder:
"Het beeld toont een rustiek, glooiend landschap van akkers en weiden, met bossen aan de einder.

Op de voorgrond is een rechthoekige afgraving te zien van, zesendertig meter breed zes meter lang en drie meter diep. Op de bodem daarvan bevindt zich een vierbaanssnelweg, inclusief bermen, strepen, asfalt, vangrails en middenberm.

Hier is, kortom, een archeologische site te zien en wat er is blootgelegd is een twintigste-eeuwse snelweg.
Drie meter aarde ligt er al op, dus die afgraving moet gedaan zijn over vijfhonderd of duizend jaar, afhankelijk van het plaatselijke bodemgebruik, laten we zeggen: in het jaar 2750.

De plek is te bezoeken in Paasdorf/Mistelbach (klik hier) in Oostenrijk, en is gelegen op de as Berlijn - Wenen, waar wegenbouwer A. Hitler (1889-1945) in de jaren dertig een Autobahn gepland had die er, door onvoorziene omstandigheden nooit is gekomen.


1

2

3

4


5

6

Wat maakt deze landart van Prinzgau/podgorschek uit 1995 -getiteld Entdeckung der Korridore - zo weergaloos, zowel hilarisch grappig als van een duizelingwekkende diepgang?
Het is een beeld uit de toekomst, waarin ons heden als verleden verschijnt: de afgraving onthult de twintigste eeuw als een tijdperk waarin zoiets landelijks als het toekomstige achtentwintigste- eeuwse landschap, achteloos is aangerand vanwege de toentertijd heersende vervoersproblematiek.

De autosnelweg is het gidsfossiel van de twintigste eeuw, het beeld waarmee wij herinnerd zullen worden door komende generaties. Maar de afgraving is ook uiterst raadselachtig ze maakt het onbegrijpelijk dat mensen ooit het lef hebben gehad of zo onnozel zijn geweest om z'n onaantastbare grootheid als Het Landschap te laten doorsnijden door zo'n adembenemend onecologische constructie als een dubbele asfaltstrook.

1. Voorkant "Deutschlands Autobahnen".   Otto Rieszmann, ill. Gustav Lttgens, Bayreuth, Gauverlag Bayerische Ostmark 1937.
2. Uit idem: aanleg eerste autobahn traject.
3. Uit idem: Autobahn
4,5: De opening van de eerste Autobahn op 19 mei 1935 door Adolf Hitler. Het traject liep van Frankfurt Sd naar Darmstadt. Bron: internet.
6. uit: Volkskrant 13/12/88

De afgraving is een eigentijds beeld -archeologische, historische belangstelling is een verworvenheid van de moderne tijd- die de eigen tijd in n geste neerzet als een achterhaald fenomeen, terwijl tegelijkertijd wordt gesuggereerd dat een verleden dat nooit heeft plaatsgevonden (Hitlers plan) wel degelijk sporen heeft achtergelaten die met goed zoeken zijn terug te vinden. 

Het gat is een populair verzamelpunt geworden voor de dorpelingen uit de buurt, die in de weekends op de rand van de kuil komen picknicken en er ofwel treuren over de weg die ze nooit hebben gekregen, ofwel blij zijn over de schoonheid van het landschap rondom hen dat nooit is verwoest door de twintigste eeuw.

Memory making, beelden construeren die een tijdperk (een massa informatie) samenvatten en toegankelijk maken, en dan niet alleen wat er in zo'n tijdvak gerealiseerd is maar ook wat er verlangd werd: je doet het niet door uitleg te geven en naar verklaringen te zoeken, maar door het tijdperk, die informatiemassa, onbegrijpelijk te maken, raadselachtig, betoverend. Een duurzaam beeld is een beeld dat van buiten komt en dat wanneer je het ziet al in je innerlijk aanwezig bleek te zijn". (Arjen Mulder, Metropolis nr. 5, 1996)