onderzoek naar beschreven locaties

Tekst Plato


1



2



Het lijkt ons de moeite waard Plato zelf aan het woord te laten:

"En in die tijd was het mogelijk die zee (de Atlantische Oceaan) over te steken. Er lag een eiland voor de doorgang, welke gij, zoals gij zegt, de Zuilen van Herakles noemt.

Dit eiland was groter dan Libië en Azië samen. En de reizigers uit die tijd konden van dit eiland naar andere eilanden oversteken, en zo het vasteland bereiken, gelegen op de andere oever van voornoemde zee, die haar naam terecht verdient. Inderdaad is het zo, dat er zich aan de ene kant, en in de boezem waar wij over praten, slechts een haven met nauwe doorgang zou bevinden, doch dat er aan de andere zijde, dus naar de buitenkant toe, een uitgestrekt landsgedeelte zou liggen, door de zee omringd en ten volle beantwoordend aan de naam van continent.

Op dit eiland Atlantis nu hadden de koningen een groot en prachtig rijk gesticht. Dit rijk omvatte het ganse eiland, alsook verschillende omliggende eilanden en aanzienlijke delen van het vasteland. Onder meer beheerste het, -in onze richting-, gans Libië tot aan Egypte en ook Europa tot aan de Tyrrheense Zee.

Op een bepaald ogenblik had dit machtige rijk al zijn krachten geconcentreerd om door één krijgsmacht ter land en het onze, alsook alle andere die zich langs deze kant van de zeedoorgang bevonden, te onderwerpen. Toen is het gebeurd, o Solon, dat uw geboortestad ten aanschouwe van de wereld al zijn heldenmoed en al zijn kracht zou ten toon spreiden.

Door haar zielekracht en haar krijgskunde heeft zij het op de machtige vijand gehaald. Eerst stond zij aan het hoofd van de Hellenen, daarna was zij alleen door de omstandigheden, verlaten door haar bondgenoten, doch op het ogenblijk van haar grootste nood, versloeg zij de invallers, plantte haar standaard, vrijwaarde van slavernij die nooit slaven waren geweest en bevrijdde zonder wrok alle andere volkeren, waaronder ook het onze, welke leefden langs deze kant van de zuilen van Herakles.  

In de tijd nu, die hier op volgde, waren er verschrikkelijke aardbevingen en natuurrampen.
Op de tijd van één dag en één nacht vol verschrikking, werd gans uw leger door de aarde verzwolgen en het eiland Atlantis werd door de zee overspoeld en verdween.
Daarom is tot op de huidige dag de oceaan ginds moeilijk te bevaren door de modderige, ondiepe plaatsen, die het weggezonken eiland er achterliet."

Uit: Hubert Lampo. Toen Herakles spitte en Kirke spon.

afb.1. Plato's beschrijving van Atlantis, Francis Hitching, De andere wereld, een encyclopedie van het mysterieuze. 1981
afb.2. Atlantis overleveringstabel, Otto Muck, Alles über Atlantis. 1976